13 March 2012

Jeroen Pauw en de beïnvloeding van de publieke opinie


In 2010 ontving Jeroen Pauw de 'JFK Greatest Man Award'. De prijs van het lifestyle mannenmagazine JFK, tevens organisator van de nationale en internationale Miljonairs Fair, wordt jaarlijks uitgereikt aan "de meest stijlvolle, coole, creatieve, avontuurlijke, non-conformistische Nederlandse man met lef en ruggengraat en gevoel voor humor".

Regelmatig heb ik 's avonds, wanneer ik achter mijn computer zit te werken of te lezen, achter mijn rug een televisie aan staan. Ik hoef de pratende hoofden niet te zien, maar wanneer er iets interessants op gebeurt kan ik me altijd even even omdraaien. Gisteren gebeurde dat tijdens het infotainmentprogramma Pauw en Witteman.

Te gast was oorlogsverslaggever Hans Jaap Melissen, die voor de NOS en Radio Nederland Wereldomroep (RNW) werkt, twee nieuwsorganen die ons doorgaans op de hoogte houden van de officiële werkelijkheid. Melissen kreeg bijna een kwartier de tijd om te vertellen wat hij in Syrië heeft meegemaakt. Dat is mooi, want bijna niemand weet wat er zich daar precies afspeelt, net als onlangs in Libië. Zoals dat gaat bij volksopstanden, voorbij de romantische kiekjes van het opstandige volk in pickup trucks met Kalasjnikovs en granaatwerpers. Ik volgde dus met interesse het verhaal van de verslaggever. En dan gebeurt het. Op een gegeven moment zegt Jeroen Pauw:

"Wat kan er nou ... want je wilt natuurlijk ook een soort, ja, laten we zeggen een publieke opinie beïnvloeden met de berichten die je doet, althans, dat is, als het goed is, gebeurt dat."

Zie onderstaande video, vanaf 11:00 minuten. Door een slip of the tongue onthult Jeroen Pauw hier wat de taak van de hedendaagse journalist is: niet het informeren van het publiek staat voorop, door eenvoudigweg verslag te doen van de werkelijkheid, maar het beïnvloeden van de publieke opinie. Aan de tafel klinkt geen bezwaar. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En dat is het tegenwoordig ook, zoals mensen die zich voor het verkrijgen van informatie niet beperken tot de commerciële massamedia weten.



De uitvinder van de moderne "public relations industry", ofwel propaganda, was de Amerikaanse journalist en adviseur van Woodrow Wilson Edward Bernays (1891-1995), een neef van Sigmund Freud, die in zijn boeken - waaronder Crystallizing Public Opinion (1923), Propaganda (1928) en The Engeneering of Consent (1947) - uiteen zette dat het voeren van propaganda, het drillen van de publieke geest ("regimenting the public mind"), voor de moderne democratie van essentieel belang is.

Wanneer je in een democratie de "onwetende kudde" onder controle wilt houden, moet je het publiek allereerst overtuigen van wat goed voor hen is. Zoals Bernays dat bijvoorbeeld deed met het propageren van roken (voor vrouwen) voor de Amerikaanse tabaksindustrie. In een dictatuur word het publiek gewoonlijk met geweld onder de duim gehouden. Maar dat kan niet meer in een democratie, een staatsvorm die bij uitstek geschikt is gebleken om de noden en wensen van het publiek om te zetten in consumentisme. Hand in hand met de individualisering van de samenleving: verdeel en heers.



Uit het boek Propaganda:

"Het bewust en intelligent manipuleren van de georganiseerde gewoontes en opinie van de massa is een belangrijk element in de democratische maatschappij. Zij die dit onzichtbare mechanisme in de samenleving manipuleren, vormen een onzichtbare regering die de werkelijke macht in ons land heeft. ...We worden geregeerd, onze geesten worden gekneed, onze smaak gevormd en onze ideeën worden grotendeels bepaald door mensen die we niet kennen. Dit is een logisch gevolg van de manier waarop onze democratische samenleving is georganiseerd."

Over deze "onzichtbare regering", waarmee de journalistiek wordt bedoeld, zette de veelvuldig gelauwerde journalist John Pilger in 2007 uiteen:

Edward Bernays, the so-called father of public relations, wrote about an invisible government which is the true ruling power of our country. He was referring to journalism, the media. That was almost 80 years ago, not long after corporate journalism was invented. It is a history few journalist talk about or know about, and it began with the arrival of corporate advertising. As the new corporations began taking over the press, something called "professional journalism" was invented. To attract big advertisers, the new corporate press had to appear respectable, pillars of the establishment—objective, impartial, balanced. The first schools of journalism were set up, and a mythology of liberal neutrality was spun around the professional journalist. The right to freedom of expression was associated with the new media and with the great corporations, and the whole thing was, as Robert McChesney put it so well, "entirely bogus".

For what the public did not know was that in order to be professional, journalists had to ensure that news and opinion were dominated by official sources, and that has not changed. Go through the New York Times on any day, and check the sources of the main political stories—domestic and foreign—you'll find they're dominated by government and other established interests. That is the essence of professional journalism.

(tekst, audio met beelden: deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4)

Onze 'staatsomroep' NOS, waar correspondent Hans Jaap Melissen al 12 jaar voor werkt, is in dit licht exemplarisch. Hetgeen door Jeroen Pauw waarschijnlijk onbedoeld werd bevestigd. Bijvoorbeeld de Israël-verslaggeving wordt bij de NOS grotendeels gedomineerd door verklaringen van de Israëlische regering en persberichten (ook een uitvinding van Bernays) van het Israëlische leger. Elk bombardement op Gaza wordt steevast omschreven als "vergeldingsaanval". En zelfs wanneer de omroep een correspondent ter plekke heeft, zoals tijdens operatie Cast Lead, stond Sander van Hoorn verslag te doen op een door Israël aangewezen plek voor buitenlandse journalisten, uitgerust met een persoonlijke, Nederlands sprekende, persofficier van het Israëlische leger. Tussen de feestvierende Israëli's. Waar Van Hoorn niets over meldde. Deze plek, die vrij uitzicht biedt op (bombardementen op) Gaza, wordt niet voor niets de Hill of Shame genoemd. Onlangs ook bezocht door Emile Roemer en Harry van Bommel van de SP, ook met een legerofficier, die het tweetal 'informeerde'. Zonder shame overigens, aangezien er wel twee foto's van zijn gepubliceerd in het karige fotoverslag van hun Israëlreis.

Jeroen Pauw weet heel goed waar hij het over heeft wanneer hij stelt dat het, "als het goed is", de taak van een journalist is om de publieke opinie te beïnvloeden. Hij is een man van alle markten. Geboren in Hilversum, zijn vader was geluidstechnicus bij de NOS. Tijdens de middelbare school was hij werkzaam als leerling-journalist bij de AVRO. Vervolgens werkte hij voor de EO, het ANP, RNW, NCRV, BNN, RTL Nieuws, RTL4, NOVA en nu de VARA. Ook richtte hij een eigen productiebedrijf op, TVBV, dat o.a. aan branding doet: het programmeren van legale sluikreclame in televisieprogramma's, "en het gedrag van de consument te beïnvloeden." En zo zijn we weer terug bij Edward Bernays.

Journalist Stan van Houcke zette de zaken in een breder perspectief:

Pas in 1965 liet Bernays weten dat het hem schokkeerde een leermeester te zijn geweest voor de nazi's, maar desalniettemin heeft hij zijn ideologie nooit veranderd. De technieken van Bernays worden nog steeds op grote schaal gebruikt in de westerse reclame en de democratische politiek en natuurlijk de commerciele massamedia. Zo kon het laissez-faire kapitalisme van de jaren twintig weer terugkeren in de jaren negentig, en opnieuw met desastreus gevolg, want de perioden van crisis zijn onlosmakelijk verbonden met deze vorm van kapitalisme. Maar in tegenstelling tot de jaren dertig toen president Roosevelt met het alternatief van de New Deal kwam proberen politici als mininister Bos nu dit parasitaire kapitalisme te redden met gigantische overheidssteun, dus met belastinggeld.

TRANSLATE

No comments:

Post a Comment